Het Greiners Groeimodel is een model dat de fases van een onderneming zichtbaar maakt, zodat een onderneming hierop kan inspelen. In de meeste gevallen wordt dit groeimodel toegepast binnen ondernemingen die nog relatief jong op de markt zijn en die snel groeien. Het model laat in totaal zes fases zien waarin een onderneming zich kan bevinden. Als een bedrijf weet in welke fase het zich bevindt, dan kan hier op worden afgestemd.
Zes fases
Het Greiners Groeimodel laat in totaal zes verschillende fases zien waarin een onderneming zich kan bevinden. Dit zijn de volgende fases: Creativiteit, Dirigeren, Delegeren, Coördineren, Samenwerken en Allianties.
Creativiteit
De eerste fase is creativiteit. In deze fase draait het om de ontwikkeling van de markt en de ontwikkeling van het product. De oprichters van de onderneming zetten zich optimaal in, maar verdienen nog relatief weinig. We zien hier de volgende structuur optreden: Groei → complexere organisatie → Crisis → oprichters kunnen de leiding niet meer vasthouden.
Dirigeren
In deze fase wordt er een nieuwe leiding aangesteld. In de meeste gevallen hebben we het dan over een aangewezen directie, ofwel een top-down management structuur. Hierbij zien we de volgende structuur: De groei van de organisatie wordt complexer → Crisis → directie kan de leiding niet meer vasthouden.
Delegeren
In deze fase wordt er een nieuwe, gedecentraliseerde, organisatiestructuur gerealiseerd, waarbij de beslissingen kunnen worden genomen door personen die hierin op operationeel niveau de verantwoordelijkheid dragen. De directie kan hierin worden gezien als zeer strategisch en zal dan ook niet ingrijpen wanneer dit eigenlijk wel nodig zou zijn. We zien dan de volgende structuur: Groei → Controleverlies van directie door verantwoordelijkheid van anderen → Crisis → De controle valt weg.
Coördineren
In deze fase worden er nieuwe regels opgesteld welke door gecentraliseerde ondersteunende functies en stafmedewerkers moeten worden opgevolgd. Hierdoor ontstaat de volgende structuur: Groei → organisatie wordt bureaucratisch omdat er alleen nog aandacht voor de regels is → Crisis → Het bedrijf is inflexibel en star geworden.
Samenwerken
In deze fase vindt er een overschrijding tussen functies plaats, waardoor er een zogenaamde matrixorganisatie ontstaat. Hierdoor vallen controle en toezicht (gedeeltelijk) weg. Dit zorgt voor de volgende structuur: Groei → Het eindpunt wordt bereikt → Crisis → Alleen externe partijen kunnen het bedrijf nog laten groeien.
Allianties
In deze fase wordt er groei gerealiseerd door middel van netwerken, fusies en allianties, welke allemaal volledig extern zijn.